|
|
De grondstoffen die gebruikt worden bij de teelt.
1. Substraat
Het substraat wat op onze kwekerij gebruikt wordt is een mengsel van:
Stro
Paardenmest
Kippenmest
Gips
Water
Dit substraat wordt bereid bij compostbedrijf Walkro.
Wij noemen dit voor ons bedrijf een entbaar substraat.
Walkro is gespecialiseerd in het bereiden van verse,entbare en doorgroeide substaten
Hoe wordt dit substraat gemaakt?
Menghal
De eerste stap in ons productieproces is het mengen van grondstoffen en een voorcompostering fase. De start ligt bij het nat maken van het stro dat we gaan gebruiken. Dit gebeurt 24 tot 72 uur voor gebruik met water afhankelijk van de kwaliteit van het stro. Verder wordt paardenmest in de menghal opgeslagen voor gebruik zodanig dat er een goede menging van de verschillende partijen ontstaat. Verder ligt er gips in voorraad en staat er kuikenmest in containers, dit zo min mogelijk vanwege de geur overlast. Kuikenmest word verder just in time aangevoerd in de hoeveelheid die we die dag verwerken.
De grondstoffen worden in een mengmachine in de gewenste verhouding met elkaar vermengd en tijdens het vullen met een bovenliggende vulmachine in de voorbewerking tunnels word er verrijkt proceswater aan toegevoegd. Deze tunnels zijn 40 meter lang, 8 meter breed en ongeveer 8 meter hoog en kunnen ongeveer 750 ton gemengd materiaal bevatten. Hier verblijft het materiaal 2 - 3 dagen en komt met het inbrengen van zuurstof het broeiproces op gang tot temperaturen van 75 – 80 graden Celsius. Door dit broeiproces wordt de harde buitenlaag van het stro enigszins aangetast zodat er later water opgenomen kan worden en er champignonmycelium in kan groeien. De lucht die bij dit proces vrijkomt bevat veel NH3 welke middels ammoniakwassers opgevangen word en terug word gebracht in het proceswater.
Indoor
De tweede stap in ons productieproces is de zogenaamde fermentatiefase vroeger bekend als de dijkenfase.
Het materiaal wordt met een laadschop uit de voorcompostering tunnels gehaald en via een overkapt bandensysteem naar
de indoor gebracht waar het middels bovenliggende vulmachines in de zgn. indoortunnels wordt gevuld. Hierbij word nog
een keer proceswater bijgevoegd om op een goede vochtbalans in ons substraat te kunnen geraken.
Deze tunnels zijn 4 meter breed 6 meter hoog en 30 meter lang en kunnen ongeveer 250 ton mengsel bevatten.
Door het in lagen vullen en het verticaal weer uithalen van tunnels word een 100% goede menging verkregen, die noodzakelijk is om een goede processturing te kunnen verkrijgen in de verschillende fasen. Ook hier word middels het injecteren van zuurstof (met buitenlucht) het broeiproces versneld en gecontroleerd tot een niveau van 82 – 85 graden Celsius. Hierbij wordt de buitenlaag van het stro verder aangetast tot van het gele stekelige stro niets meer te vinden is en een substraat ontstaat wat veerkrachtig en donker bruin van kleur is.
Ook hier worden afgassen gezuiverd van ammoniak middels wassers en de lucht verder van stankstoffen ontdaan in een biofilter.
Deze fase duurt 5 – 7 dagen.
In deze tunnels ligt een zgn. walkingfloor waarmee we de tunnels leeg kunnen maken via een treklier en het substraat middels lopende banden en een bovenliggende vulmachine in zgn. overslag tunnels kunnen brengen. Hier kunnen we met water nogmaals de vochtbalans in het substraat bijsturen.
In de overslag tunnels is de verblijftijd tussen 4 en 18 uur waarbij we proberen een zo zuurstofrijk mogelijke omgeving voor het substraat te behouden. Deze tunnels hebben de afmetingen van de mengtunnels en kunnen tot 1000 ton substraat bevatten.
De derde stap in het productieproces is het zgn. tunnelfase. Dit van oorsprong in Italië ontwikkeld procédé waarbij substraten op netten in steriele ruimten worden gevuld en een temperatuursbehandeling ondergaan die de optimale omstandigheden voor onze substraten geven.
Deze fase is onder te verdelen in een pasteurisatie en conditionering fase en een doorgroei fase.
Pasteurisatie en conditionering fase.
Het substraat wordt middels een laadschop via transportbanden en een cassettevuller in de pasteurisatietunnels gebracht.
Hierin ligt een roostervloer met daarop bevestigd een glijnet en een treknet waarop het substaat gevuld word.
Iedere tunnel kan ongeveer 210 ton substraat bevatten.
Tijdens het vullen kunnen de laatste correcties op vocht plaats vinden.
Na het vullen word met een ventilator lucht ingebracht. Dit is een mengsel van buitenlucht en recirculatie lucht.
Door deze in bepaalde verhoudingen te mengen kunnen we temperaturen tot op tienden van graden nauwkeurig regelen.
Deze lucht wordt door het substraat geblazen waardoor we de temperatuur in het substraat kunnen regelen.
In het eerste traject van deze fase worden genivelleerd waarna we stapsgewijs eerst naar 57 – 58 graden
Celsius gaan en daarna naar 43 – 45 graden Celsius. De eerst stap is noodzakelijk om alle ziektekiemen in ons substraat af te doden,
de tweede stap is ervoor om in de meest optimale temperatuur traject ammoniak in de substraten in te bouwen.
Na 5 – 6 dagen zal er geen ammoniak meer aanwezig zijn in het substraat en kunnen we gaan naar de volgende fase.
Nu is het mogelijk het broed in de compost toe te voegen. Dit kan op het compostbedrijf OF bij de teler in de cel.
2. Het broed.
3. De dekaarde.
De CNC, het bedrijf voor de productie van dekaarde is gevestigd in Milsbeek & Moerdijk.
Dekaarde is een mengsel van zwartveen, bolsterveen, mergel en betacal.
Het dient als waterbuffer en zorgt ervoor dat het mycelium zich samen kan trekken om een paddestoelenknop te vormen.
In de fabriek deponeert een shovel in een viertal stortbunkers verschillende kwaliteiten stortveen en turf.
Betacal, ofwel schuimaarde, is een restproduct uit de suikerbietenindustrie en wordt in een aparte bunker gestort.
In een speciaal ontwikkelde menglijn worden de veensoorten, schuimaarde en eventueel mergel volgens een
ingestelde receptuur gemengd, gezeefd en bevochtigd. Een tripper slaat het basismengsel in bulk op.
Nu kan er een micro-evenwicht tussen veen en schuimaarde ontstaan.
Vanuit de opslag schept een shovel het basismengsel op en brengt dit op de afleverlijn.
Een laadmeester bepaalt de dosering van water, voordat de dekaarde in de vrachtwagen wordt geladen.
De dekaarde kan in de laadmachine met 0,5 liter handelsformaline (in de winterperiode 0,25 liter) formaline worden behandeld
om eventueel aanwezige concurrent schimmels of aaltjes te doden.
Een kweker kan bij CNC verschillende kwaliteiten dekaarde bestellen (ook zonder formaline) waarbij vochtgehaltes,
percentages turf en toevoeging van mergel kan variëren.
|